Door Bas Hendrikx

Dit werk van Reinier Vrancken leest als een verontschuldiging, maar roept tegelijk veel vragen op. ‘‘I never meant to kill David Bowie. About a week after his death I came to realise that I had stolen a part of him by using one of his song-titles in a work of art. It was only an accident.’’ Wat heeft de kunstenaar met Bowie gedaan? Naast de tekst ligt een tissue waarvan wordt beweerd dat David Bowie zijn lippenstift ermee afveegde. Het verwijst naar een van de objecten die werd getoond in de reizende David Bowie tentoonstelling van een aantal jaar geleden die onder meer in het Groninger Museum te zien was. Vrancken laat hier in midden of dit het reliek van een fan is of een museaal artefact. Het lijkt te draaien om de mythische status die popsterren kunnen bereiken en de manier waarop die afstraalt op de objecten om hen heen: gesigneerde posters, kostuums, eigenlijk alles dat in handen van de artiest is geweest wint aan waarde.